Vierde hoofdstuk

HET CADEAU VOOR OMA LOEMANAU IS KLAAR!

Als een sjaaltje deed oma Loemanau het spinnenweb om en ze kroop het blaadje in om orde op zaken te stellen. Ze wist echter niet dat het hele gezin net op dat moment weer de lucht in sprong!

Juist toen oma Loemanau door het raampje naar binnen ging, vielen er een aantal rode balletjes naar beneden: haar kleinzoontjes en opa Loepirad! Verwonderd deed ze haar ogen dicht.

“Oei, oma is hier!” hoorde oma Loemanau haar geliefde man zeggen. Ze deed haar ogen open. Voor haar stond opa Loepirad, trots met zijn zwarte borst naar voren gericht.

“Kijk!” opa Loepirad wees met zijn handen op het blaadje. “Wat je altijd al had gewild!”

“Wat wilde ik dan?” vroeg oma Loemanau, over een beginnende buil wrijvend.

“Ben je dat dan vergeten?” zei opa verdrietig. “Kom op, probeer het je te herinneren! Eergisteren wandelden we op het strand en je zei…”

“Mijn liefste Loepirad, ik zou zo graag in een boot over de zee varen!” Oma had het zich herinnerd.

“Nou, daar heb je het!” knikte opa. “De boot is klaar voor tewaterlating!”

“Is het dan…” oma keek blij glimlachend om zich heen, “… is het dan een boot?”

“Jazeker!” riepen de kleine lieveheersbeestjes uit. “Dat is onze verrassing! Gelukkige verjaardag!” riepen ze en sprongen op tot aan het plafond.

Opa Loepirad weerhield zich ditmaal. In plaats van te springen, kuste hij zijn echtgenote op haar zwarte wangetje en zei:

“Mijn liefste, deze boot heeft fantastische vaarkwaliteiten! Ik heb alles tot in de puntjes uitgerekend, geschetst en gebouwd! Hij is op en top zeewaardig. Ook al begrijp ik niet helemaal waarom je nu zo graag wil gaan varen? Je vliegt toch al elke dag boven de zee?”

“Ja, maar vliegen doe ik in de lucht,” antwoordde oma Loemanau, “terwijl ik ga varen op het water! Dat is zo interessant en ongewoon!”

“Ja!” riepen de kleine lieveheersbeestjes. De oudste van de drie – Loepsie – riep het luidst van al: “Ja, ja, ja!”

“Oma, wanneer gaan we uit varen?” vroeg kleine Loe.

“We kunnen nu gaan als je wilt!” antwoordde oma en kuste man en kleinzonen. “Dank u, lieverds, voor zo een mooie boot!”

“Hoera!” riepen de kleine lieveheersbeestjes. Loepsie voegde eraan toe: “We gaat natrozen worden!”

“Geen natrozen, maar matrozen!” verbeterde opa.

“Neen, natrozen!” herhaalde Loepsie koppig, “Want we gaan nat worden!”

“Nat? Waarom?” vroeg oma streng.

“We gaan op het dak van onze boot klimmen en vooruit kijken, terwijl de golven ons nat maken!”

“Je hoeft eigenlijk niet bovenaan te staan, weet je,” zei oma tegen Loepsie. “We kunnen ook gewoon binnen blijven in ons bootje. Vanuit het raampje is alles ook perfect zichtbaar!”

“Nee, alles is dan niet perfect zichtbaar!” ging de Loerrie, de middelste kleinzoon, niet akkoord. Hij hield heel erg van lezen en wist daarom heel veel. “We gaan dat andere schip niet zien en botsen! En dan…”

“En dan gaat onze boot kantelen en verdrinken we allemaal?” piepte de kleine Loe angstig. Loerrie probeerde slim te kijken en zei:

“Natuurlijk! Ik heb erover gelezen. Het is makkelijk om te verdrinken, want…”

“Niemand gaat hier verdrinken, vertel geen onzin!” onderbrak Loepsie zijn broer. “Ik ga op het dak van de boot staan en alles in de gaten houden!”

“Ik heb ook gelezen over de riffen in het water!” Loerrie probeerde duidelijk op te scheppen met zijn kennis. Daarom stak Loepsie zijn tong uit, opdat Loerrie een toontje lager zou zingen.

Maar Loerrie antwoordde:

“Je kan geen riffen zien vanop het dak van een boot! Boten zinken als ze tegen een rif botsen.” Tevreden kijkend zette hij zijn bril goed. Loepsie toonde hem zijn gebalde vuist.

“Riffen?” vroeg oma bezorgd. Loepsie begreep dat zijn avontuur in de zee vroeg ten einde was gekomen. Voor de zekerheid schudde hij voor een tweede keer de vuist naar Loerrie en zei:

“En dan? Als je goed oplet, kan er niks slechts met de boot gebeuren. Heb ik dan geen gelijk, Loerrie? Zeg op!”

Maar Loerrie zweeg. Hij had talrijke verhalen gelezen over stormen, tsunami’s en andere gevaren op de zee. Als hij aan al die verhalen dacht, schoot er hem geen enkel met een goede afloop te binnen.

“Ik had nooit gedacht dat het zo gevaarlijk kon zijn…” oma Loemanau dacht enkele seconden na en deed een voorstel:

“Wat denken jullie ervan als ik alleen ga? Jullie kunnen hier op het strand blijven om me uit te zwaaien!”

“Maar…” nu was het opa die diep nadacht.

“Ten slotte is het morgen mijn verjaardag!” merkte oma op.

“Ik ga je heel erg missen,” bekende haar echtgenoot.

“Nou, met onze kleinzonen ga je je niet vervelen,” stelde oma Loemanau hem gerust. Ze spoorde de vechtende Loepsie en Loerrie tot kalmte aan. “Ik ga snel vertrekken, zodat ik terug ben voor het donker wordt!”

Ze verlieten allemaal het bootje en duwden het samen het water in: “Eén – twee! Eén – twee!” Het blaadje bleef met gemak drijven op het water.

Oma kroop er in en zwaaide met het spinnenweb naar haar gezinnetje, als met een sjaaltje.

Opa en haar kleinzonen stonden op het strand en veegden onopvallend hun schriele mannentraantjes weg.