Tweede hoofdstuk

WAARIN DUIDELIJK WORDT WIE OMA LOEMANAU HEEFT UITGENODIGD OP HAAR VERJAARDAG! Het huisje van de koningin van het koninkrijk der Lieveheersbeestjes leek in geen geval op een paleis.

Het plastic, ronde doosje werd door een mens vergeten tijdens een wandeling. Misschien had iemand het zelfs weggegooid. Nee. Onmogelijk. Waarschijnlijk had iemand het verloren.

Zowel buiten als binnen was het huisje lila, daarom werd het ook Lila genoemd.

Kleine tussenwanden binnenin verdeelden het in vijf grote kamers –

de eerste diende als het bureau van de koningin,

de tweede was de slaapkamer van oma en opa,

in de derde kamer vertoefden van tijd tot tijd de kleinzonen Loepsie-Loerrie-Loe,

in de vierde was de keuken gepositioneerd en

in de vijfde, ook wel de grootste kamer – de living met bloemenzetels – werden de gasten ontvangen.

Om binnen te komen, passeerde men door een grote inkomhal, waar oma Loemanau nu binnenkwam. Uit haar koninklijke tasje stak een bos witte kroonbladeren, gedraaid in een rol. Oma had ze onderweg van een grote witte klaverstruik geplukt. Op deze blaadjes werden de mooiste uitnodigingen geschreven voor verjaardagen!

Oma ging haar koninklijke kabinet binnen en schudde de blaadjes de zak uit, op haar koninklijke werktafel – om de gastenlijst samen te stellen.

De lijst werd zoals gewoonlijk lang, enorm lang zelfs. Er werden immers steeds zo veel gasten uitgenodigd, dat het huis overvol raakte. Zelfs heel de weide voor het huis werd ingenomen door de uitgenodigden – binnen was er niet genoeg plaats voor iedereen.

“Zo!” zei de koningin, en doopte het gescherpte grassprietje in de koninklijke inktpot. “Laten we beginnen met de titel: ‘Belangrijke gasten!’

Dat is natuurlijk de koning der Sprinkhanen en Krekels Kokobylis! En zijn zoon prins Kokobyltsjik! En vervolgens alle sprinkhaantjes en krekeltjes van het koninkrijk der Sprinkhanen en Krekels!

Zeer goed! We schrijven verder! ‘Onbelangrijke gasten!’ Wat schrijf ik nu? De volgende gasten zijn immers ook zeer belangrijk. De wantsen van de frambozenstruik. En de vlinders! Zijn die dan niet belangrijk? Of de slakken en de kevers? Nee hoor, laat ik hen allemaal opschrijven, zonder ‘belangrijk’ en ‘onbelangrijk’.”

Oma doorstreepte de titel ‘Belangrijkste gasten’.

Dan begon de zaak goed te vlotten. Na de wantsen van de frambozenstruik vlogen de vlinders oma’s gastenlijst binnen, met aan het hoofd de tsaar Machaon en zijn prachtige dochter Maha. Daarna kropen de slakken uit het koninkrijk der  Slakken de lijst binnen, waarna de mieren aangedraafd kwamen vanuit het Dichtsbijliggende en het Verre mierennest.

Vervolgens legde oma één voor één de klaverblaadjes op haar tafel en schreef er de uitnodigingen op met behulp van haar gastenlijst.

Daarna rolde ze de uitnodigingen opnieuw op, stempelde ze hen af met de koninklijke stempel en stuurde hen op met de postmug. En op dat moment ontplofte oma’s geduld als een bubbeltje frambozencocktail.

“Ik heb er genoeg van! Het is tijd om naar mijn cadeau te gaan kijken!”

Oma sprong op, strekte haar vleugeltjes uit en vloog door het open raam weg uit haar koninklijke kabinet. Naar de Zee! Naar de Zee!

Onderweg kwam ze een roze meiklokje tegen. Tussen de zachte bladeren van het meiklokje had spin Parasol zich opgerold. De spin was in een diepe slaap verzonken en zijn spinnenweb schommelde in de wind.

“Ik denk niet dat Parasol hierom boos zal worden,” besloot Oma en vloog in duikvlucht op het meiklokje af, rukte in de vlucht een stukje spinnenweb af en vloog in alle haast verder. Parasol werd er niet eens wakker van!