Derde hoofdstuk

OVER WAT JE ALLEMAAL ZIET VANACHTER EEN HOOPJE ZAND?

Toen ze de blauwe strook Zee en de bekende figuurtjes, die in het zand aan het wroeten waren, landde oma Loemanau achter een hoopje zand. Daar kon ze onopgemerkt haar familie en het cadeau bespioneren.

Voor deze gelegenheid had ze juist het lapje spinnenweb nodig. Ze deed het om haar schouders en werd bijna onzichtbaar.

Maar opa Loepirad en zijn kleinkinderen zouden haar toch nooit hebben opgemerkt. Ze waren immers veel te druk aan het werk.

Loepsie en Loerrie haalden een geel espenblad uit het water en trokken het samen het strand op.

¨Neen, neen en nog eens neen!” riep opa Loepirad boos uit. “Ik heb jullie al honderd keer uitgelegd dat we een groen blad nodig hebben!”

“Ach, kijk eens hoe hij die arme stakkers afsnauwt!” zei oma verontwaardigd en wilde al naar hem toevliegen om hem een lesje te leren.

Gelukkig schoot haar op tijd te binnen dat ze zich verstopte!

Ze zag hoe haar drie kleintjes een groen blad uit het water trokken. Het was een berkenblad met een lange, verse stengel.   “Precies wat we nodig hebben! Goed zo, kindjes!” opa klopte de dichtsbijzijnde kleinzoon op zijn schouder. Gelukkig bleek het de oudste kleinzoon Loerrie te zijn – de sterkste van de drie, was hij tegen de vriendschappelijke klap van de rechterpootjes van opa opgewassen. “Flink zo, mijn kleine lieveheersbeestjes!”

Ondertussen begon opa Loepirad aan de inspectie van zijn vleugeltjes. En vleugeltjes had hij voldoende – onder zijn harde rode vleugeltjes verstopte hij nog een paar bijna onzichtbare zachte vleugeltjes: het ene paar was het bovenste, het andere – het onderste. En daar verborg opa heel wat nuttige dingen.

Als een echte tovenaar viste hij er de leukste dingen uit onder de vreemdste benamingen. Na elk voorwerp voldoende onderzocht te hebben, stopte hij het terug.

De kleine lieveheersbeestjes en hun oma hielden de circusact van de opa nauwlettend in de gaten.

Na wat gefrunnik in zijn zakken, vond opa nog steeds niet wat hij zocht, maar gooide hij alles wat hij niet meer nodig had in het zand. Hiertoe behoorden:

drie lege glaasjes frambozencocktail,

een paar lege verpakkingen van opgegeten chocolaatjes,

enkele papiertjes van snoepjes en een lege fles limonade.

“Nu weet ik wie de chocolaatjes heeft opgegeten!” riep Loerrie.

“Ik dacht dat Loerrie mijn limonade had opgedronken!” riep Loepsie.

“Opa, jij hebt mijn snoepjes opgegeten!” prevelde de kleine Loe verdrietig.

“Nu weet ik wie alle zoetigheden uit de keuken steelt!” mompelde oma Loemanau.

Niets aan te doen – opa Loepirad hiled verschrikkelijk veel van zoete dingen!

“Niet afdwalen van het onderwerp! Aan het werk!” beval opa Loepirad zijn gekwetste kleinzonen. “Nu gaan jullie je vleugeltjes uitkuisen!”

De norse lieveheersbeestjes kuisten hun vleugeltjes op de gebruikelijke manier – zonder al hun schatten aan te raken: de aardbeikauwgom, plasticine, lindefluitjes met een extra blaasgaatje, geconstrueerd door de kakkerlakken, bleven in hun plaats.

Ze konden slechts afscheid nemen van de gekauwde papieren balletjes zonder er spijt van te hebben. Die balletjes waren ooit de blaadjes uit Loepsie’s wiskundeschrift met een dikke 0/10.

De balletjes vlogen uit rieten buisjes: één, twee, drie – floten hun afscheid boven opa’s hoofd en belandden in het zand.

Opa knikte goedkeurend en deelde, rechtdoorzee zoals altijd, mee:

¨De limonade en de snoepjes breng ik morgen terug!¨

¨En de chocolaatjes?¨ vroeg Loerrie voorzichtig.

¨En de chocolaatjes. Ik zal het alleszins proberen,¨ beloofde hij en zette zijn zoektocht voort.

Uit de bovenste vleugeltjes viel een paaroude lampjes in het zand en een oude borstel om de botten mee af te kuisen. Vlak daarna belandde ook een gereedschapskist in het zand. ¨Eindelijk!¨ riep opa vrolijk uit.

Uit de kist haalde hij een beitel en een hamer. Hij zette de beitel tegen het midden van het espenblad en sloeg erop met zijn hamer. Er verscheen…

“Een gat!” riep Loe enthousiast uit.

“We gaan de bladsteel door het gat duwen en die met schroeven vastmaken!” Opa haalde een schroevendraaier en een paar schroeven uit de gereedschapskist. “Om te beginnen gaan we het blad in elkaar rollen. Kom op, help me eens een handje!” De lieveheersbeestjes schoten opa te hulp – ze liepen op het blad af, rolden die op, staken het bladsteeltje door het gat en maakten die vast met schroeven.

Oma bestudeerde het stevig opgerolde espenblad met de steel naar boven en vroeg zich af wat er nu zou gebeuren.

Daarna maakte opa met zijn beitel een venstertje aan de zijkant van het blad. Door het raam klommen de kleinzonen samen met hem naar binnen – na zoveel werk was het tijd voor plezier!

Ze sprongen omhoog en tikten het plafond met hun snorretjes. Ze deden een stier na, die het blad aanviel.

Het blad sprong omhoog, samen met de vrolijke lieveheersbeestjes. Uit het opspringende blaadje was een luide “Boe-boe-boe-boe!” te horen.

Oma Loemanau begreep meteen dat de eerste “Boe!” van Loerrie kwam, de tweede van de kleine Loe en de derde van Loepsie, terwijl de laatste “Boe!” enkel afkomstig kon zijn van haar lieve man: opa Loepirad.

Bij de tweede uitroep “Boe-boe-boe-boe!” hield oma het niet meer uit. Ze kroop vanachter het zandhoopje en stepte op haar gezin af.

“Ik zou wel eens willen weten wat voor een cadeau jullie voor me gemaakt hebben!” zei ze boos, vastbesloten naar het blaadje stappend. Ze was allang vergeten dat ze zich moest verstoppen!